Aan de muur hangt een foto waarop we samen lachten.
Af en toe beantwoord ik je blik.
Ik heb je niets te zeggen.
Geen woorden die nog over zijn,
geen zinnen die nog wachten.
Een droom verpulverd en vermalen
tot ontgoochelde gedachten.
Ik zoek maar vind je nooit.

Een onzichtbare entiteit nodigde zich uit.
Vrat je van binnen langzaam leeg.
Zijn aanwezigheid bleef ongemerkt.
Er was niets wat overbleef.
Geen haartje op je hoofd,
geen onsje vet onder je vel.
Het doek der stilte daalde neer en bedekte je lichaam.
Ik zoek maar vind je nooit.

De tijd, ze heelt niet alle wonden,
dat weet ieder die voort moet gaan.
Voet na voet, zucht na zucht.
Geen tijd geen lust om stil te staan.
In deze wereld bezit je niets,
zelfs foto’s verbleken in het licht.
Af en toe beantwoord ik je blik,
staar ik naar je verdwijnende gezicht.
Ik zoek maar vind je nooit.

afscheid

Advertenties