De reuzenperzik – Roald Dahl – illustraties: Quentin Blake – Uitgeverij De Fontein – 150 blz’s

De kleine James woont samen met zijn ouders in een mooi huis bij de zee. Op een dag, wanneer hij vier jaar oud is, worden zijn ouders zomaar opgegeten door een woeste neushoorn die uit de dierentuin is ontsnapt. Alhoewel dit een zeer tragische gebeurtenis is, weet Roald Dahl het zo te omschrijven dat het niet al te treurig wordt. James komt daarna terecht bij zijn vreselijk gemene tantes, tante Spons en tante Spijker. Het rare, bouwvallige huis staat bovenop een heuvel, vanwaaruit hij zijn oude huis als stip in de verte kan zien. James mag de tuin niet verlaten en hij moet de hele dag hard werken. Zijn tantes slaan hem en noemen hem nooit bij zijn naam.

Op een warme dag wordt James overmand door zijn eigen, verdrietige gevoelens en begint hij zomaar te huilen wanneer hij van zijn tantes hout moet hakken. Zijn tantes worden woedend en dreigen hem weer te slaan. James rent zo hard hij kan naar het verre uiteinde van de tuin, waar hij zich verstopt en gaat huilen. Dan hoort hij ineens geritsel achter zich en plotseling staat er een kleine, oude man voor hem met een zakje toverballetjes. De oude man zegt James dat hij de balletjes in moet nemen met een flinke hoeveelheid water en dat hij zich dan nooit meer ongelukkig zal voelen. Er zullen prachtige dingen met je gebeuren, zegt hij. James rent naar het huis om de balletjes meteen in te nemen, maar onder de oude perzikboom glijdt hij uit en alle balletjes verdwijnen voor zijn ogen in de grond. Daar gaat zijn enige kans op geluk.

Dan verschijnt er ineens een perzik aan de oude boom die blijft groeien en groeien tot het een reuzenperzik is geworden. De tantes verkopen kaartjes aan nieuwsgierige bezoekers die langs komen om te kijken naar de gigantische perzik. ’s Avonds wordt James buitengesloten om alle troep die door de bezoekers is achtergelaten, op te ruimen. James wordt als een magneet naar de perzik getrokken, waar hij onderaan een hol ontdekt. Hij kijHruipt in de gang die helemaal leidt tot de pit binnenin. In de pit zit een deur en wanneer James de deur opent, gelooft hij zijn ogen niet. De perzik blijkt zeer ongewone bewoners te hebben die daarbinnen allemaal zitten te wachten op James! Wanneer de perzik loskomt van de tak, rolt ze de heuvel af, waarbij de twee tantes worden plat gewalst. Dan begint een zeer spannende en ongewone reis.

Ik las dit boek in het Engels, omdat ik de schrijfstijl van Roald Dahl dan zoveel mooier vind. Bijna elke zin is grappig. Zo klinkt bijvoorbeeld ‘A queer ramshackle house’ heel anders dan ‘Een raar, bouwvallig huis’. Het is echt onmogelijk dit boek even weg te leggen, je moét wel door lezen. Het verhaal wordt hier en daar gevuld met een grappig rijmpje. De illustraties vormen een mooie aanvulling op het bizarre verhaal. Wanneer je dol bent op de verhalen van Roald Dahl, zou ik zeker eens een boek van hem in het Engels lezen.