Ken je dat, zo’n trap die om een hoek verdwijnt? Die je wel op moét lopen. We kwamen er eentje tegen, in Étretat. En ik moest ‘m beklimmen, ik moest weten wat er om de hoek te zien was, te vinden was.

Na een tijdje, toen we verder klommen over het pad dat volgde op het trapje, verdween het hek dat tussen ons en de afgrond had gestaan, maar ik ging door, nu ik al zo ver was. Hoe we weer beneden zouden komen zou ik boven wel uitvogelen. Maar het liefst niet rollend, zoveel wist ik wel. Het uitzicht daarboven bij het oude kerkje was, net als de klimtocht, adembenemend.

Nergens was nog een hek te vinden.

De afdaling deden we langzaam en voorzichtig, waarbij we ons zoveel mogelijk tegen de berg drukten. Niet naar beneden kijken, gewoon niet naar beneden kijken. Dat hielp. Halverwege maakte ik deze foto. 

’s Avonds, weer terug op de camping las ik in mijn boek over Normandië de volgende woorden over deze beklimming: “…maar pas op, dit pad is gevaarlijk!”
Het is maar goed dat ik die woorden niet eerder las, dan zou ik dit spannende avontuur gemist hebben. Dan had ik me laten tegenhouden door angst en zorgzaamheid. Het is leuk om te ontdekken waar je nieuwsgierigheid je soms heenbrengt!

Laat me weten of jij misschien ooit op een ongewone plaats bent beland of iets hebt gedaan wat je normaal gesproken nooit zou doen, dankzij je nieuwsgierigheid.

Etretat