“Voor sommige kinderen is

het leven de hel,” zei ze.

Haar stem sloeg over

tot-ie brak.

Snel liep ze weg

met glanzende ogen.

Liet mij achter

met een brok

in mijn keel.

Vertwijfeld.

Wist ik veel.

 

“Voor sommige kinderen is

het nergens veilig,” had ze gezegd.

Ik had gestaan

en geluisterd.

Als een zoutpilaar.

Als een laffe lul.

Met mijn vrolijke jeugd.

Ik wist niet

wat te zeggen.

Dus knikte ik maar.

Wist ik veel.

 

“Bont en blauw slaat hij me,”

had ze uitgespuugd.

Haar woorden vraten een gat

in het trottoir.

Bevroren was ik, tot het bot.

Als een konijn stond ik,

met wijd opengesperde ogen starend

in de lichten van de koplampen.

Laat haar stoppen,

was al wat ik kon denken.

Wist ik veel.

 

“Help me dan toch,”

zo had haar hart gefluisterd.

Maar wat kon ik doen?

Behalve luisteren

aanhoren

knikken

bevriezen

er nog eens aan denken

en nog eens

terwijl ik verder ging.

Wist ik veel.

 morguefile137089985957gum

Advertisements